1. bestemming + tegenhouden = begunstiger (9)
2. uitvoeren + zeurderig kind = finale (9)
3. overeenkomst + adellijk persoon = sleepiste (9)
4. lommerrijke weg + gegrild schapenvlees = stoeltjeslift (9)
5. in gebruik gegeven goed + kudde = zwoegen (9)
6. witte vlek bij paarden + nadien = uitmuntend (9)
7. zijrivier van de Elbe + toezichthouder = afgelegen route (9)
8. stronk van een slaplant + familielid = kortgeknipt kapsel (9) Rattenkop
9. groot + besluit = treurnis (9)