1. Die verzameling is nep. (14)
2. Daarin wordt munt geteeld. (3)
3. Inschatten wat Japanners eten. (5)
4. Het is de trend om huisraad af te kammen. (7)
5. Met aftrek van een sieraad. (9)
6. Als we weer gaan draaien, zien we elkaar weer. (3,2,8,4)
7. De meubels opnieuw naar binnen mikken. (12)
8. Dat bewijst dat iemand persoonlijkheid heeft. (10)
9. Gek geworden van de bedorven melk. (8)
10. Leg deze streek een bevel op. (6)
11. (Samen) op een zolderkamer leven. (5,3,3,5)
12. Een signaal voor de Amerikaanse markt. (11)
13. Heb jij geen blinddoek meer? Dat heb ik toch gezegd! (3,2,3,3)
14. Panharingen en grieten. (9)
15. lemand ontroeren tijdens het sporten. (7)
16. Eetbare bloem. (4)
17. De nabijheid van de buitenlijn. (6)
18. Horen het op afstand aan te pakken. (8)
19. Kleding van zeveraars en vleiers. (10)