HORIZONTAAL
5. Winkelwagentje waarmee men naar de schouwburg rijdt. (11) letters Toon het antwoord
7. Sportman die een vuist maakt. (10) letters Toon het antwoord
8. Het privilege om naar de volgende klas te mogen. (14) letters Toon het antwoord
12. Zo’n raket is een gelikt product. (4) letters Toon het antwoord
13. Het slachtoffer hiervan bevond zich op een hellend vlak. (10) letters Toon het antwoord
14. Ooit komen we tot een akkoord. (4) letters Toon het antwoord
15. Hij vindt zijn praatje vervelend. (8) letters Toon het antwoord
16. Hij is in orde. (6) letters Toon het antwoord
17. Mopperen in de gevangenis. (7) letters Toon het antwoord
18. Rebellie in het klooster. (14) letters Toon het antwoord
20. Een van de zeevaarders die wat voornamen. (4,4) letters Toon het antwoord
VERTICAAL
1. ‘Top!’, zo sprak de CEO. (3,7,5) letters Toon het antwoord
2. Fruit voor prinses Beatrix en Irene. (12) letters Toon het antwoord
3. Een grote bek kun je je aantrekken. (4) letters Toon het antwoord
4. Dat doet de docent van de computercursus. (16) letters Toon het antwoord
6. Mogelijkheden genoeg in Milaan. (5) letters Toon het antwoord
9. Die is in alle staten tijdens zijn reis. (12) letters Toon het antwoord
10. Energieleveranciers. (9) letters Toon het antwoord
11. Hondenbelasting. (4) letters Toon het antwoord
13. Bezigheid in februari. (10) letters Toon het antwoord
19. Hier staat oud sanitair uitgestald. (4) letters Toon het antwoord