HORIZONTAAL
1. Voor zo’n handeling moet men niet bevreesd zijn. (10) letters Toon het antwoord
6. De weerstand die bij de familie hoort. (3) letters Toon het antwoord
7. Hij schiet niet op, al is de titel reeds daar. (6) letters Toon het antwoord
8. Met dit voorstel gaat de or niet aan boord. (6) letters Toon het antwoord
10. Schaapachtig rijbewijs. (2) letters Toon het antwoord
12. De mooiste hangt mooi niet op zijn kop. (3) letters Toon het antwoord
15. Door vallen daarin niet meer in de gunst. (6) letters Toon het antwoord
20. Een kledingstuk werpt hij van de ene naar de andere kant. (10) letters Toon het antwoord
21. Iets naars voor een kikker op de weg. (7) letters Toon het antwoord
23. Moet ge noodzakelijk de gast zijn? (9) letters Toon het antwoord
26. Vorder hoorbaar vakantie; het is tijd om te schaatsen! (5) letters Toon het antwoord
27. In heel Belgiƫ kent men die rivier, maar zij stroomt er niet. (4) letters Toon het antwoord
VERTICAAL
1. Is dit de verwachting van een menigte? (4) letters Toon het antwoord
2. Het trefwoord staat uiteindelijk in het lesprogramma. (5) letters Toon het antwoord
3. Het slot ligt ver weg. (3) letters Toon het antwoord
4. Als u spoedig op de jaaraanduiding komt, hebt u de samenhang te pakken. (5) letters Toon het antwoord
5. Zo fraai dat je er geen lucht meer van krijgt. (12) letters Toon het antwoord
9. Maakte een buiging voor een wapen. (4) letters Toon het antwoord
11. Als u voor de plaats staat, bent u voorzien van oren. (6) letters Toon het antwoord
13. Medium aan beide kanten van u. (2) letters Toon het antwoord
14. In die afdeling zet men het mes. (6) letters Toon het antwoord
16. Geen Engels. (2) letters Toon het antwoord
17. Je kleding is in orde. (4) letters Toon het antwoord
18. In beginsel een schaaldier. (2) letters Toon het antwoord
19. De slee van een rector magnificus. (2) letters Toon het antwoord
22. Bij de beroepssporter keert het tij; dat betekent voordeel. (6) letters Toon het antwoord
23. Die vent hoort niet bij de thuisclub. (4) letters Toon het antwoord
24. In beide monsters troffen we hetzelfde aan. (4) letters Toon het antwoord
25. Om het lidwoord zit de maat verheven. (4) letters Toon het antwoord